Hoe eerlijk en transparant is voedselwaakhond Foodwatch?

Zelfbenoemde voedselwaakhond Foodwatch vecht naar eigen zeggen voor rechten op eerlijk, veilig en gezond eten. Maar hoe eerlijk en transparant is Foodwatch zelf?

Ik geef mijn kinderen dus nooit meer een rijstwafel. Die zitten vol met gif! Net zoals rijst, de verpakking is kankerverwekkend, wij kopen het niet meer.

Het was een gesprek op een verjaardag dat mijn aandacht direct trok. Het was een gesprek tussen een aantal bezorgde ouders over voedsel voor hun kinderen. Een stel had op Facebook de berichten van ‘voedselwaakhond Foodwatch’ gelezen en dit stel was op missie om de andere ouders er van te overtuigen dat zij hun kinderen aan het vergiftigen waren. De persberichten van Foodwatch werden tijdens die avond gretig gedeeld via de app. ‘Nepnieuws’ vond de één, de andere rende nog net niet naar huis om de rijstwafels ritueel te verbranden. Er bleven na afloop van de gifdiscussie een hoop vraagtekens bij mij achter. Waarom zijn er nog rijstwafels en rijst te koop als ze vol gif zitten en vooral, wie of wat is Foodwatch?

Foodwatch langs de meetlat

Foodwatch is naar eigen zeggen Dé voedselwaakhond, ‘een kritische maatschappelijke organisatie zonder winstoogmerk, die vecht voor rechten op eerlijk, veilig en gezond eten.’ Met onderzoeken, campagnes en rechtszaken, en via media­-aandacht en gesprekken met de overheid wil Foodwatch als consumentenrechten­organisatie een belangrijke tegenkracht voor de macht van de industrie zijn. In 2002 richtte voormalig Greenpeace-directeur Thilo Bode in Duitsland Foodwatch op. In 2010 werd een Nederlandse loot van Foodwatch geopend. Het internationale karakter omvat momenteel slechts drie landen: Nederland, Duitsland en Frankrijk.

Elk jaar reikt Foodwatch in Nederland het Gouden Windei uit voor ‘het meest misleidende voedselproduct’ van het jaar. Foodwatch haalt daarnaast regelmatig het nieuws met koppen als ‘Gif op aardbeien uit de supermarkt blijken zes keer giftiger te zijn dan ander fruit‘, ‘Geen framboos in frambozensap‘, ‘Verpakkingen rijst zijn kankerverwekkend‘ en ‘Arsenicum in rijstwafels‘.

Hoe transparant is Foodwatch zelf?

In dit artikel probeer ik te achterhalen wat voor organisatie Foodwatch is en hoe zij werken. Dit doe ik door in te zoomen op:

  1. De mensen achter Foodwatch
  2. De financiën
  3. De werkwijze & onderzoeken
  4. Angst als strategie

1. De mensen achter Foodwatch

Foodwatch-oprichter Thilo Bode is zoals eerder genoemd een voormalig Greenpeacedirecteur. Van 2002 tot 2017 heeft hij Foodwatch Duitsland geleid, sinds 2017 is hij directeur van Foodwatch International. Dat Thilo Bode nog een duidelijke link heeft met Greenpeace is te zien in de besturen van Nederland, Duitsland en Frankrijk. In elk bestuur zitten voormalig Greenpeace-medewerkers.

De duidelijke link met Greenpeace hoeft niets te impliceren, al rijst wel de vraag in hoeverre de agenda van Foodwatch wordt beïnvloed door Greenpeace, met zo’n ruime vertegenwoordiging in Foodwatch. Een verdere blik op de teams van Foodwatch laat zien dat er géén medewerkers zijn die een voedselexpertachtergrond hebben of ervaring hebben in de voedselindustrie. De man die het meest het nieuws in Nederland haalt met zijn onderwerpen is Sjoerd van de Wouw, ‘campaigner kindermarketing en misleidende reclame’. Sjoerd van de Wouw is geen onbekende in de politiek en de voedselindustrie. In 2006 was Van de Wouw als adviseur betrokken bij de fractie in de Tweede Kamer van de Partij voor de Dieren. Het leidde tot bezorgde reacties van het CDA en de PVV, toen bekend werd dat Van de Wouw in 1992 samen met Volkert van der Graaf de Vereniging Milieu-Offensief had opgericht.

2. De financiën

Foodwatch is een stichting. Een stichting is een organisatie die erop gericht is een bepaald doel te verwezenlijken. Een stichting mag winst maken, maar de uitkering hiervan moet een ideële of sociale strekking hebben. In 2016 publiceerde BN de Stem een artikel over goede doelen in Nederland. Het aantal leden en donateurs van goede doelen daalt al jaren maar, ‘ondanks het lagere ledental gaat het financieel niet minder: de inkomsten stijgen.’ Foodwatch laat een opmerkelijk beeld zien. De uitgaven (lasten) van Foodwatch zijn in zeven jaar tijd vervijfvoudigd en het aantal donaties kan deze stijging niet opvangen. Foodwatch heeft jaarlijks een tekort. Een tekort dat jaarlijks stelselmatig wordt aangevuld door Foodwatch Duitsland. In de jaarverslagen van Foodwatch Nederland staat vermeld dat Foodwatch Duitsland een langlopende lening met 0% rente aan Nederland heeft verstrekt om ‘op te bouwen’. De leningen lopen precies in lijn met het tekort van Foodwatch Nederland. In totaal heeft Foodwatch Duitsland een lening uitstaan van meer dan een half miljoen euro. Op deze wijze weet Foodwatch Nederland het oplopend tekort jaarlijks te dichten.

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
€ 150.000 € 180.000 € 180.000 € 270.000 € 330.000 € 435.000 € 550.000

Opvallend is dat in de jaarverslagen van Foodwatch Duitsland de leningen aan Foodwatch Nederland niet worden vermeld. Waar is de ruim half miljoen euro aan leningen voor Foodwatch Nederland afkomstig?

Foodwatch laat in een reactie hierop weten:

“Wij hadden per 31.12.2016 een lening van EUR 550.000 van foodwatch Duitsland . Conform wetgeving en regels voor jaarverslaggeving in Duitsland is foodwatch DE verplicht om uitstaande leningen, waarvan zij op korte termijn geen terugbetaling verwachten, af te waarderen naar €0. Omdat dit niet wil zeggen dat de schuldpositie vervalt, moet foodwatch NL deze conform de Nederlandse regels voor de jaarverslaggeving, wel verantwoorden.”

Hoe en waar verantwoordt Foodwatch Duitsland deze leningen aan haar donateurs? Foodwatch Frankrijk -het derde land waar Foodwatch actief is- heeft zelfs helemaal geen financiële verantwoording online staan.

Het bedrag dat aan donaties in Nederland door Foodwatch binnen wordt gehaald, zal menig klein goed doel doen watertanden.

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
€ 8.839 € 245.329 € 297.615 € 337.881 € 380.406 € 326.023 € 457.816

Cijfers over het aantal donateurs in de eerste jaren van Foodwatch zijn niet te vinden. Krap 6.000 donateurs leverden in 2016 Foodwatch in totaal  457.816 euro op. Gezien het kleine aantal donateurs lijkt dit bijna een onrealistisch hoog bedrag. De vraag is waar dit hoge bedrag vandaan komt. Zijn er organisaties die Foodwatch sponsoren en kan dit de onafhankelijkheid van Foodwatch beïnvloeden?

Aantal donateurs Foodwatch

2013 2014 2015 2016
2.138 3.126 4.237 5.914

Foodwatch laat weten:

Er waren eind 2016 5.914 structurele donateurs, plus 1.495 eenmalige donateurs. De totale inkomsten 2016 bedroegen €457.816. Hiervan werd €344.339 ontvangen van particulieren. Van organisatie zonder winststreven hebben wij €27.100 ontvangen.”

Op de vraag welke organisatie dit is, verwijst Foodwatch door naar haar jaarverslag. Daarnaast ontstaat er gat tussen de totale inkomsten en de totaal ontvangen donaties. 

Totale inkomsten: € 457.816
Totaal donaties: € 371.439
—————————————————–
Verschil: € 86.337

Wie is de gulle schenker die achter de € 86.337 zit en waarom is Foodwatch niet transparanter over de geldstromen?
NB. Foodwatch laat in een reactie na publicatie van dit artikel weten, dat het bedrag €84.640 moet zijn en dit bedrag afkomstig is van Foodwatch Duitsland. 

Waarom Foodwatch Duitsland naast een lening van in totaal €550.000,- ook nog een donatie doet van €84.640,- wordt niet medegedeeld in de reactie.

5.914 donateurs voor Foodwatch in 2016, Ter vergelijking met een aantal bekende Nederlandse goede doelen:

  • Wereld Natuur Fonds:  920.000 donateurs
  • Natuurmonumenten: 873.000 donateurs
  • Greenpeace: 580.000 donateurs
  • Dierenbescherming: 160.000 donateurs
  • IFAW NL: 150.000 donateurs
  • Vogelbescherming: 150.000 donateurs
  • Milieudefensie: 87.500 donateurs
  • Foodwatch: 5.914 donateurs

Aan de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) vroeg ik hoe ze naar de donateurs van Foodwatch kijken:

“De NVWA heeft geen inzicht in de donateurs van Foodwatch en kan dus niet beoordelen of de term ‘onafhankelijke voedselwaakhond’ correct is.”

Het is de vraag namens wie Foodwatch spreekt, gezien het aantal donateurs is dit slechts een klein deel van donerend Nederland. Zoals zij zich presenteren in de media lijken zij echter namens heel bezorgd Nederland te praten. Ook de NVWA lijkt hierover bezorgd te zijn. Op de vraag of de NVWA risico’s ziet in het ontbreken van verantwoording van donaties zeggen zij:

“De NVWA signaleert dat onderzoeken van Foodwatch in de media veel aandacht krijgen en dat dit een relevante vraag is. Het is echter niet aan de NVWA om deze vraag te beantwoorden.”

Saillant detail; uit onderzoek blijkt dat Foodwatch formeel niet eens officieel een goed doel is. Foodwatch gaat haar achtste jaar in als goed doel met donateurs. Foodwatch is echter niet geaccrediteerd bij het CBF. Het CBF is de toezichthouder voor goede doelen in Nederland. Zij geven het keurmerk ‘de Erkenning’ uit aan goede doelen die voldoen aan strenge kwaliteitseisen. Deze Erkende Goede Doelen mogen het ‘Erkend Goed Doel‘- logo voeren, waarmee donateurs weten dat de zaken op orde zijn. Via de website van CBF is te zien dat de aanvraag van Foodwatch ‘in behandeling is en wordt getoetst‘. Het blijft de vraag waarom voor Foodwatch na acht jaar deze accreditatie nog niet binnen is.
Foodwatch laat weten dat zij een ANBI-instelling zijn. De Belastingdienst duidt dat als volgt: “Algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) kunnen gebruikmaken van bepaalde belastingvoordelen bij erven, schenken en de energiebelasting. Instellingen die wij als ANBI aanwijzen, hebben deze belastingvoordelen.”
Kortom, een erkenning vooral in het voordeel van Foodwatch.

3. De werkwijze & onderzoeken

Er zijn vanzelfsprekend meer organisaties die zich bekommeren om de consument en voedselveiligheid. De World Health Organisation (WHO) is wereldwijd actief, in Nederland is toezichthouder de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (hierna de NVWA) actief. Het Voedingscentrum doet veel aan onderzoek en voorlichting op het gebied van voedsel en ook de Europese consumentenorganisatie BEUC roert zich met grote regelmaat over deze thema’s.  Een aantal organisaties laten bij navraag weten niet of nauwelijks contact te hebben met Foodwatch. Sommige organisaties wilden officieel niet reageren op de verhoudingen met Foodwatch, positief waren ze allen echter niet. Ondergetekende kan ook bevestigen dat Foodwatch tijdens de onderzoeksfase van dit artikel niet de meest vriendelijke organisatie is om mee samen te werken.

Zo ver bekend worden er in ieder geval géén experts uitgewisseld aan Foodwatch door de erkende instanties. Ook wordt er niet tot nauwelijks samen opgetrokken richting centrale thema’s.

Het Voedingscentrum wilde alleen kwijt op de vraag of en hoe zij samenwerken met Foodwatch:

“We hebben af en toe met elkaar contact over activiteiten en standpunten; soms verschillen we van mening, soms ondersteunen we elkaars informatie.”

Foodwatch en NVWA liggen al jaren overhoop. In plaats van een signaalfunctie en een samenwerking met de NVWA, opent Foodwatch regelmatig de aanval. Augustus 2017 werd zelfs een petitie gestart om NVWA weg te halen bij het ministerie van Economische Zaken. Onbekend is wat er met deze petitie is gebeurd. Foodwatch meldde vorig jaar in een persbericht:

‘NVWA is een tandeloze toezichthouder dat door jarenlange bezuinigingen, fusies en politieke spelletjes er onvoldoende in slaagt de voedselveiligheid in Nederland te borgen.’

In 2015 haalde Foodwatch ook fors uit naar de NVWA. Foodwatch beschuldigde de NVWA van al jaren ‘bewust ruimte voor misleiding te laten‘. In een reactie op dit artikel laat de NVWA over Foodwatch weten:

De NVWA neemt de resultaten van voedseltesten van Foodwatch serieus en neemt deze mee in de prioritering en planning van haar eigen toezicht. De NVWA is het echter niet in alle gevallen eens met de interpretatie die Foodwatch aan de testresultaten geeft. Dit geldt ook voor de interpretatie door Foodwatch van de testresultaten van de NVWA. Daarnaast geeft de NVWA in zijn algemeenheid regelmatig een andere duiding aan de gevaren en risico’s die consumenten volgens Foodwatch lopen door chemische stoffen in voedsel (zoals verwoord in de nieuwsbrieven van Foodwatch).

Het woord ‘Waakhond’ in de term Voedselwaakhond impliceert dat er wordt gewaakt over de kwaliteit van het voedsel. Niet alleen is het waken over al het voedsel praktisch onmogelijk met een dergelijk klein team, ook onderzoek wordt sporadisch gedaan. Het kleine bedrag dat jaarlijks aan onderzoek wordt besteed maakt dit duidelijk. Foodwatch had een verantwoording op de website staan dat 20% van de totale kosten (Met de kleine disclaimer dat het percentage gebaseerd is op de totale kosten in 2014) besteed wordt aan onderzoek.

Hoe houdbaar deze rekensom is, blijkt als je het geheel doorrekent. Hoe vaak zou Foodwatch aan deze 20% gekomen zijn? Twee zaken die aan de hand van de jaarverslagen eenvoudig te controleren zijn.
Na vragen hierover, heeft Foodwatch plots onderstaande tabel verwijderd van de site. 

  Totale kosten Onderzoekskosten Percentage
2010 € 141.554 € 29.235 20,00%
2011 € 170.023 € 5.813 3,50%
2012 € 170.739 € 0 0,00%
2013 € 280.474 € 90.571 32,00%
2014 € 301.151 € 80.568 26,00%
2015 € 426.758 € 58.780 13,70%
2016 € 569.201 € 71.270 12,00%

Slechts drie van de zeven jaar haalt Foodwatch de 20%. De tabel impliceert een belofte of claim, al wil Foodwatch hier niet aan en zegt dat het slechts ‘een rekensom uit 2014’ is en mailde zelf weer andere cijfers, met hetzelfde beeld overigens. Het is de vraag hoe donateurs deze tabel lezen.

Het is daarnaast totaal onduidelijk welke partijen deze onderzoeken uitvoeren. Dit maakt het lastig om de claims die Foodwatch doet, te controleren. Op mijn verzoek of Foodwatch hun onderzoekspartners openbaar wilde maken:

“Wij doen verschillende typen onderzoek. Ook laten wij voedselproducten onderzoeken in externe labs. Hoe vaak precies verschilt per jaar; in 2016 bijvoorbeeld 3x. Daarvoor gebruiken wij EU-geaccrediteerde laboratoria.”

Drie keer in heel 2016 heeft Foodwatch extern onderzoek laten doen. Dat is schrikbarend weinig voor een voedselwaakhond. Daarnaast worden de onderzoekspartners nog steeds niet bij naam genoemd.  Foodwatch gaat met voedselproducenten en supermarkten om alsof ze Russisch Roulette spelen. Het is dan eigenlijk puur toeval wanneer Foodwatch iets ontdekt door middel van onderzoeken dan dat er een breed programma achter zit. Als je als voedselproducent of supermarkt Foodwatch achter je aan krijgt, is  dat in wezen pure pech. Hoe groot was immers de kans?

De NVWA laat desgevraagd over de onderzoeken weten :

‘Wat betreft interpretatie van meetresultaten en de duiding daarvan is de handelwijze van Foodwatch meestal niet conform de handelwijze van de NVWA.’

Dit maakt het heel lastig voor consumenten. Bij elke claim die Foodwatch doet, staat de NVWA er vaak minder heftig in. Het is het ene woord tegen het ander. De consument moet zelf bepalen wie hij of zij gelooft. Het is de ‘dappere kleine voedselwaakhond’ tegen de ‘onbetrouwbare en in slaap sussende overheid’, zo presenteert Foodwatch zichzelf.

4. Angst als strategie

Angst is het verdienmodel van Foodwatch. Zolang consumenten het idee hebben dat ze continu in gevaar worden gebracht door voedselproducten en supermarkten zal Foodwatch blijven groeien. Als producent en/of supermarkt is het lot na zo’n claim in de media al bezegeld. Alles wat daarna gezegd wordt, is een bevestiging van het negatieve vermoeden bij de consument, een kritische kanttekening soms daargelaten.

De PR-strategie van Foodwatch is daarom bewonderenswaardig. Als kleine speler regelmatig de ‘headlines’ in de media weten te bereiken is een knappe prestatie. Het gevaar van ‘overschreeuwen’ ligt echter op de loer. Er moeten steeds forsere claims of verwijten worden gedaan om de media te halen en donateurs te behouden en te verwerven.

De NVWA hierover in een reactie:

“Foodwatch hanteert andere normen dan de NVWA. Dit zou er toe kunnen leiden dat consumenten het vertrouwen in de veiligheid van ons voedsel verliezen.”

Angst is nooit een houdbare strategie. Met het Voedingscentrum, de NVWA en de WHO als bevoegde instanties heeft Nederland genoeg organisaties die hier mee belast zijn en meer én betere instrumenten hebben om te bepalen wat er door de beugel kan en wat niet. Daarnaast werken de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI) en het Centrum Voeding, Preventie en Zorg van het Rijksinstituut van Volksgezondheid en Milieu (RIVM) ook dagelijks aan het beschermen van gezondheid van de consument.

Foodwatch is voedselmarketingwaakhond

Foodwatch neemt de claims van supermarkten en producten onder de loep en doen hier uitspraken over. En dat is goed! Producenten en supermarkten nemen soms een loopje met de waarheid. Foodwatch moet zich dan ook profileren als voedselmarketingwaakhond. Ze moeten vooral claims, etiketten en reclames blijven checken en waar nodig dit aankaarten bij de bevoegde instanties om hier op te acteren en één keer per jaar het Gouden Windei blijven uitreiken. De opstelling van Foodwatch richting deze bevoegde instanties zal dan wel moeten veranderen (en vice versa). Op voet van oorlog staan met alle betrokken instanties werkt enkel contraproductief.

Tot slot: Iedereen heeft recht op een mening, maar niet het recht op eigen feiten

Foodwatch is over te veel zaken niet transparant, doet nauwelijks onderzoek, is te vaag over eigen geldstromen en houdt zich niet aan eigen verantwoordingen. Een meer kritische en voorzichtigere benadering naar dit -nog niet officiële- goede doel toe is raadzaam. De consument heeft geen behoefte aan zelfbenoemde voedselwaakhonden met alarmerende boodschappen. In dit tijdperk waar de complotten om de oren vliegen, de term ‘nepnieuws’ wordt geroepen als een feit niet uitkomt, is Foodwatch als terugkerend paniekzaaier wel het laatste wat de consument nodig heeft.

De consument moet er op kunnen vertrouwen dat alle betrokken voedselorganisaties het beste met hen voor hebben. Niemand heeft er iets aan dat deze organisaties elkaar beconcurreren, elkaars berichtgeving afbranden en moddergooien via de media. De volledige aandacht moet gaan naar betere samenwerkingen en oplossingen vanuit de organisaties die rondom de voedselindustrie actief zijn. Daar wordt de voedselindustrie en dus de consument (en kinderen die van rijstwafels houden) pas ècht beter van.

Delen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *